Just because you feel good doesn’t make it right.
juli 29, 2008
Van m’n moeder kreeg ik mee dat ouders, no matter what, hun kinderen nooit in de steek mogen laten.
Vandaag kwam mijn vader thuis na 9 maanden in het buitenland gewerkt te hebben. Vandaag verliet ze ons.
Home is where you make it
mei 25, 2008
Ik zat op de verwarming, mijn handen op mijn knieën, ik probeerde niet te huilen. De woorden in m’n hoofd, ik kreeg ze niet over mijn lippen maar ze leken te ontsnappen langs m’n ogen. Ijdelheid kwam de kamer binnen. We praatten over hoe schandalig makkelijk het was geweest de deur van dit lege huis in te breken. Ik hoorde iets de trappenhal doorgalmen. Escapisme. Huilde ze of was ze aan het lachen? Ik besloot te gaan kijken en bevond me net in de trappenhal toen Escapismes vriendje de trap afgestormd kwam met zijn handen over zijn mond. “Thursday! Waar is Thursday?!”. Ik schrok en liep snel de trap op. Ik hoorde hem iets roepen naar Ijdelheid, keek achteruit en zag hoe hij zijn vuisten tegen de muur plantte. Het oranje straatlicht viel door het raam van het piepkleine kamertje binnen en wierp een lange schaduw op de vloer. Ze lag met haar hoofd tegen de ene muur en haar voeten raakte de andere. Haar ademhaling was kort, hevig en opgejaagd. Ik nam haar in m’n armen en zei dat ze moest kalmeren. Dit was al meer dan een jaar geleden, dit was voorbij, dachten we. Ze begon te stampen, haar adem nog sneller en korter. Wat kon ik hier in godsnaam aan doen? “Ik krijg geen lucht! Ik krijg geen lucht!!” Ze zette zich recht en stootte haar hoofd tegen het raam.
Achter me stonden Ijdelheid met Escapismes vriendje. Hij nam haar in zijn armen en zei hoe ze moest ademen. Haar ademhaling galmde door heel het huis. Ik liep de trap af, vanaf hier leek het alsof er een dier gewelddadig geslacht werd. Naar buiten. Daar stond Hij, te telefoneren, ik liep op hem af en nam hem vast. “Wat is er?”. Ik kon niets zeggen, ik voelde dat mijn stem zou verspringen. Ik liep terug naar binnen. Ik hoorde hem aan de telefoon zeggen: “Dit is niet goed…”. Ik verwachtte dat hij wel naar binnen zou komen nu, hij stond al lang genoeg buiten. Ik stond boven, ze stond recht. Ze riep me, ik nam haar vast. “Ik wil zelfmoord plegen” jammerde ze. “Nee..”. “Jawel, ik wil echt zelfmoord plegen”. Ik voelde me zo ongelooflijk machteloos en de wanhoop sloeg toe. De tranen liepen over mijn wangen, ik liet haar los. Ondertussen stond Hij toch boven. Ik liep naar een andere kamer, ging op de grond zitten en hoopte dat hij mij zou vinden. Toen ik besefte dat hij er geen flauw benul had van het feit dat ik hier zat ging ik terug. Ik trilde helemaal, hij nam mij vast. “We gaan naar buiten…”. Ik smeet me op m’n knieën om onder de rolluik door te kruipen. Ik kroop verder en zette me tegen de eerstvolgende muur. Hij troostte me op zijn eigen apathische manier. Ijdelheid kwam naar buiten. “Escapisme gaat neer”. Hoe? Ze viel flauw. Ik kroop naar binnen, hoorde de jongen tegen haar gezicht kletsen om haar wakker te houden. Ze moest beslist haar medicatie hebben. Waar waren die? In haar tas? Bij haar thuis? In haar auto. In haar auto?! Over de poort, door de bossen, in de auto, door de bossen over de poort. Ze zaten in de gigantische tuin, zij zat naast hem, hij lag naar de donkere lucht te staren. De avond was voorbij.
Tantaluskwelling
mei 19, 2008
Ik ben u beu, zo kotsbeu dat ik er van zou kotsen als ik kotsen kon. Dat is één van mijn mutaties, ik kan dat niet, kotsen. U kotsbeu zijn, dat kan ik wel. Voor zo’n uur of tien. Ja, da’s best veel. Maar mijn broederken zou zeggen: “wat zijn nu tien uur in een mensenleven”. Bijster weinig broederken, bijster weinig.
En, en, na zo’n uur of tien he, zijt ge daar weer he, dan zijt ge daar weer… Gij met uw innemendheid. Niemand is zo innemend als gij. Constant zijt ge er, in m’n hoofd, in m’n handen, over m’n lippen. Als het niet zo ongelooflijk melig en een beetje vies klonk zei ik ‘in mijn hart’. Maar dat lijkt me geen aangename plaats om te zijn, alléja, met al dat bloed enzo. Ge zijt altijd in m’n buurt. Maar ik kan u niet vastpakken. Het is alsof ge een fata morgana zijt (de VRT heeft dat woord trouwens serieus verkloot voor de rest van de wereld) en ge oplost in een glas vodka als ik u wil vastpakken. Ik voel uw warmte aan mijn uitgerokken vingertoppen, mochten uw haartjes rechtop staan zou ik ze voelen.
Ge zijt mijn tantaluskwelling. En ik ga aan u ten onder.
Ergens in een donker hoekje had ik altijd gewenst dat het eens zou gebeuren. Wist ik veel dat hij er ook zo over dacht? “Ik ga je missen” Ik u ook, ongelooflijk hard. Ge zult voor de rest van de dag in m’n hoofd rondspoken. Maar dat kon ik hem natuurlijk niet zeggen, de woorden bleven steken ergens tussen mijn maag en mijn tong.
Het was fantastisch: de flauwekul, het gras, de wijn, de clichés van de voorgaande avond. De warmte van de voorbije dag bleef sluimeren tot rond middernacht. Ik nam een pauze van al de dronkenmanspraat, tegen hem aangedrukt. Toch maar naar binnen, hoe gaan we nu slapen? ‘Slaap jij maar naast mij’ dacht ik, maar toen bleven m’n woorden voor het eerst vastzitten. Na een paar uur lag hij naast mij, op 20cm van elkaar. Niet aanraken. Dat mag niet. Armen te veel en plaats te weinig.
Ik voel zijn aanwezigheid, ik voel dat zijn gezicht vlakbij het mijne ligt. Als ik praat raakt mijn lip het metaal rond zijn lip, naar achter, weg. “Als ge iets echt wilt houdt ge geen rekening met al die zever…” had hij het nu over mij? Was hij hypothetisch? “Is dat zo?” “Ja, maar soms spreekt uw hoofd wel tegen… Maarja” Weg ermee! Weg met dat verstand!
“Ik word terughoudend als ik moe ben” voelde ik hem wat later zeggen. Zijn lippen op enkele milimeters van de mijne verwijderd. Dit is ondraaglijk, nog even en ik spat uiteen.
Zijn lippen op de mijne. “Oei oei” zei ik, instinctief.
Weer zijn lippen. Mijn woorden zaten vast, ik had geen woorden meer.
“Ik ga je missen.” Blijf dan bij mij? Alsjeblief? “Thursday, gij weet van niets he” Nee, ik weet niets. Ik hou het wel voor mezelf, ik doe alsof het nooit gebeurd is en verstik dan in alle woorden die blijven steken.
Slaap, kindje.
maart 29, 2008
Vrijdagavond, half vijf. Ik hoor een roes uit te slapen of toch tenminste te slapen.
Morgen, straks, sebiet zie ik een vriendin die ik al een jaar niet meer zag. De vorige keer dat ik iets soortgelijk deed verveelden we ons beiden te pletter, het was schaamtelijk. Zo schaamtelijk dat we elkaar ever since niet meer gesproken hebben.
Ik speelde een beetje met mijn glas fruitsap en vroeg me af wat ik in godsnaam te vertellen had aan het meisje tegenover me.
Juist.
Niets.
Confrontaties in m’n hoofd komen wel meer dan eens hard aan. Daar zat ik dan, tegenover een meisje waar ik jarenlang mee naar school was geweest, waar was die ‘kameraadschappelijkheid’? Het leek alsof we vreemden waren. Gij waart gebleven waar ge waart, ik was verder gegaan. Gij bleef dezelfde mensen kennen, ik vergat diezelfde mensen. Uw leven bestond uit: school, mama, liefje. Mijn leven bestond uit: cafés, vrienden, slaaptekort. Hoe combineert ge dat? Voor u was ik een losgeslage student in een ver-van-uw-bed-show. Voor mij waart ge iets wat beter in het verleden was gebleven. Wij wáren twee vreemden, vreemden die ooit toevallig dezelfde school deelden, veel meer dan dat bleek er niet te zijn. Ik kende u al van voor ge een beugel, die spuuglelijke buffalo skateschoenen en uw eerste lief versleet. En toch. Wij hadden elkaar nooit gekend.
Maar verdomme, ge zag er goed uit die dag.
Ge reed mij naar huis, terwijl ik de kiezels onder uw banden hoorde knarsen besefte ik dat ge volwassen waart geworden. Gij waart misschien wel gebleven waar we ooit samen waren maar ge waart wel veranderd, gegroeid, ontsproken uit dat meisje met haar beugel, buffaloschoenen en eerste lief.
Veranderen, dat kan ik niet. Maarja. Ik heb dan ook nooit een beugel gehad.
Generaties
maart 16, 2008
Ik lig tussen potloden, papier, een doos ‘extra zacht-2 lagen’ tissues en een rosse, slaperige kat.
“Ze gaat slapen”
Ja
“Wilt ge dan stil en rustig zijn…?”
Ik zal stil en rustig zijn. Ik zal een kussen tegen m’n gezicht drukken als ik schreeuw, ik zal met dingen smijten die niet te veel lawaai maken, mijn ontroostbare gehuil zal ik voor mezelf houden…
Ze slaapt.
Een kip zonder kop.
januari 23, 2008
Ik heb de neiging om delen in mijn leven af te bakenen. Een beetje zoals hoofdstukken in een boek. Daarbij verander ik ook iets aan ‘mezelf’. De ene keer al subtieler dan de andere.
Nog niet zo lang geleden is er zo’n deeltje ‘afgesloten’ en daar was ik ongelofelijk blij mee. Het zat allemaal een beetje ‘tot hier’. Maar alweer heb ik het gevoel dat ik een nieuwe start moet nemen.
Ik ben mezelf niet meer de laatste dagen. Ik trek me dingen en mensen te hard aan. Ik koester hoge verwachtingen maar tegelijk ben ik bang voor wat kán gebeuren. Ik wil naar plaatsen waar ik anders ook kom, maar met heel andere motieven. Ik gebruik mensen, een beetje, hoewel ik het zelf niet eens zo goed besef, enkel achteraf. Ik grommel op mensen als ze ook maar een klein dingetje vragen, hoewel ik bij hen altijd terecht kan als dat nodig is.
Het is wel erg duidelijk dat er iets mis is, dat ík iets mis…
The day my bed became my house
december 29, 2007
Vandaag ben ik niet uit m’n bed gekomen. Ofja, heel eventjes om te ontbijten maar dat was het dan ook. Ik heb m’n cursus, een zak chips en m’n laptop gepakt en heb dit alles op m’n bed gesmeten samen met mezelf.
Ik heb geleerd, vrij goed zelfs. Ik ben trots. Dat verdient een pauze, een lange pauze. Ik heb gekeken naar de kleine wolkjes gekeken die een gele gloed kregen door de zon die onderging, drijvend in een blauwe lucht achter de zwarte takken van de eik in onze achtertuin. Op die tak zaten verscheidene kleine zwarte vogeltjes. Soms wou ik dat ik zo’n klein vogeltje was.
Ik heb mijn nagel geknipt met een schaar die ik toevallig op m’n bed vond en heb nagedacht over mijn dromen. Niet de dromen in de figuurlijke zin, maar in de meest letterlijke. Over de droom waarin in 3 keer naar huis terugkeerde om 3 keer mijn treinpas te vergeten. Over de droom waarin ik een kleedje had met rode hartjes in een wereld van donkergrijs. Over de droom met de baby op het verlaten kruispunt.
Ja, nog een thermos vol hete koffie en mijn bedhuis is compleet. … En net komt mijn moeder binnen met een tas thee.
Remeniscing of 2007
december 25, 2007
De laatste weken van 2007 zijn weer aangebroken. Feesten, drinken, familie, vrienden, cadeautjes, kerstbomen en holiday spirit. Een vast onderdeel hiervan is: herinneringen bovenhalen. Zo lijkt het toch. Herinneringen van een lang vervlogen kindertijd, van eerste ontmoetingen en oude bekenden. Dus dacht ik na, hoe is mijn 2007 geweest?
Veel mensen (beter) leren kennen, dat heb ik gedaan. Dat is in grote lijnen positief, maar daardoor denk ik ook meer terug aan het verleden, met wie ik vroeger omging en in welke opzichten dat allemaal veranderd is. In het secundair onderwijs denk je dat je eeuwig vrienden zal blijven met je schoolvriendjes maar op een paar jaar veranderd zoveel.
Vooral de laatste dagen denk ik wel eens na over verloren vriendschappen en of het de moeite zou zijn om eens terug contact op te nemen. Hoewel ik weet dat zij en ik nu in totaal andere werelden leven, andere mensen en andere plaatsen appreciëren… I can’t help but wonder, zou ons karakter ook zo hard veranderd zijn als de plaatsen en de mensen waartussen we ons begeven? Zouden we niet meer met elkaar om kunnen? Misschien is het gewoon nieuwsgierigheid, wil ik weten met wie ze wat heeft gedaan en of ze mij eigenlijk toch een beetje mist. After all, 6 jaar zijn we close friends geweest. Het grootste deel van onze puberteit hebben we samen doorgebracht. We zijn samen op daken geklommen, hebben samen het andere geslacht vervloekt en hebben onozel staan shaken in haar kamer op nederlandse klassiekers. Zou ze daar aan denken en zou ze dat een beetje missen?